Handboogschieten

(Auteur - Fer Tuynman)

Sinds september 2006 beschikt SSV Robin Hood over een 50 meter lange buitenbaan waar kan worden boog geschoten. Alleen schutters die lid zijn van de Nederlandse Handboog Bond of een pas hebben van een handboogvereniging buiten Nederland, mogen op de buitenbaan schieten.

De accommodatie bevat 8 schietpunten, maar natuurlijk kunnen er meerdere schutters per serie aan de slag. Simpel door af te spreken, dat een ieder maar 5 pijlen schiet. Ben je daarmee klaar, dan doe je een paar stapjes achteruit en is de volgende aan de beurt. Op het zelfde doel schieten is geen enkel probleem, omdat ieder met zijn of haar eigen gemerkte pijlen schiet. Hoewel, een enkele keer raakt je pijl de nok van een reeds verschoten pijl en dringt dan bij die (moderne) pijl in de schacht naar binnen. Dat noemen we in de handboogwereld een ‘Robin Hoodje’. Bij een houten (traditioneel) pijl lukt het niet om de schacht te splijten, je kan wel de nok aan diggelen schieten…..

 De boogschutters van SSV Robin Hood schieten met verschillende bogen: compound met of zonder richtmiddelen, recurve met of zonder richtmiddelen, barebow van hout gemaakt en zonder richtmiddelen, de ruiterboog uit één stuk hout met gebogen vormen zonder richtmiddelen, de flatbow uit laagjes op elkaar gelijmd hout gemaakt en zonder richtmiddelen, de longbow uit één stuk hout gemaakt en zonder richtmiddelen en tenslotte de Kyudo-boog. De laatste is een speciaal gevormde lange boog van rond de 2,30 meter, waarmee lange bamboepijlen verschoten worden.

Er mag ook met de kruisboog geschoten worden, maar omdat dit geen discipline is bij de Nederlandse Handboog Bond is dit alleen toegestaan als je kan aantonen, dat je hiervoor een WA-verzekering hebt afgesloten.

 De compoundboog is een supermodern lichtmetalen apparaat met wieltjes aan de uiteinden van de armen. Deze dienen om de snelheid zo optimaal mogelijk te maken. Met deze boog worden alleen aluminium-, carbon- of een ander soort lichtmetalen pijlen verschoten. Bij het uittrekken van de pees wordt gebruik gemaakt van een tricker-release. Dat is een ingenieus apparaatje, dat je om je pols bevestigd en met een haakje aan je pees koppelt. Je trekt dus de pees uit met je pols, ankert die op je wang en dan hoef je alleen nog maar een klein trekkertje over te halen en de pijl suist weg. De richtmiddelen bestaan uit een vensterglas en verschillende korrels voor de verschillende afstanden. Een mini-waterpasje zorgt ervoor, dat je de boog recht houdt. Vaak gebruikt men ook stabilisatoren om het schommelen tegen te gaan. Zeer snel en nauwkeurig…..

 De recurveboog bestaat uit een lichtmetalen middenstuk waarop je de armen moet bevestigen. Deze armen zijn plat van vorm en hebben naar voren toe een extra kromming, zodat de pees tot het laatst toe zijn snelheid en kracht blijft behouden. De pijl wordt in een venster gelegd, dat midden in de boog ligt. De pijlen zijn van hetzelfde materiaal als die voor de compound. Dit geldt ook voor de richtmiddelen. Alleen is een tricker-release niet toegestaan. Je moet de pees gewoon met drie vingers, die je een paar centimeter onder de nok van de pijl plaatst, uittrekken. Het ankeren gebeurt onder je kin, zodat de pees je lippen raakt. Ook zeer nauwkeurig, maar minder snel dan de compound.

 De barebow lijkt iets op de recurve, heeft ook gebogen armen maar is uit één stuk gemaakt. Deze wordt ook wel jachtboog genoemd. Hier worden alleen houten pijlen mee verschoten. Het uittrekken van de pees kan op dezelfde wijze als bij de recurve, maar ook op de mediterrane manier: één vinger boven de nok van de pijl en twee vingers er onder. Ankeren met de duim op je jukbeen. De boog wordt iets schuin gehouden, omdat het venster niet in het midden van de boog ligt. Het richten is een kwestie van veel trainen, je boog leren kennen en het gevoel ontwikkelen om de pijl op je doel te krijgen.

 De ruiterboog is een relatief kleine boog waarbij de armen vanuit het midden eerst een kromming naar voren maken om vervolgens aan de uiteinden weer terug te buigen zoals bij de barebow. Allemaal ontworpen om makkelijk vanaf een paard te kunnen schieten. Origineel is het gebruik van een duimring waar je de pees achter legt en je duim met je wijsvinger vasthoudt. Op het moment, dat je je wijsvinger ontspant, suist de pijl weg. De boog ook schuin houden, omdat er geen venster op zit. Het richten gaat meer op de instinctieve manier, maar daar later meer over.

 De flatbow is eigenlijk een smalle plank zonder kromming in de armen en met een klein venster. Deze boog moet je dus nog iets schuiner houden. Hiermee worden alleen houten pijlen verschoten. En de pees wordt alleen op de mediterrane manier uitgetrokken. Het ankeren gebeurt met de duim op je jukbeen. Verder geldt voor het richten hetzelfde als bij de barebow.

 De longbow is de voorganger van bovenstaande bogen: een rond stuk hout, enigszins taps toelopend naar de einden, een stevige pees, geen venster, de boog dus nog schuiner houden, houten pijlen, pees uittrekken zoals bij de flatbow, ankeren op je jukbeen, richten ook als bij de flatbow.

 De Kyudo-boog is een verhaal apart. De mooi gevormde krommingen en de grote lengte zorgen voor een hoge snelheid. De handgreep bevindt zich op 1/3 van de onderkant. Dit is gedaan om het knielend schieten en het schieten vanaf een paard mogelijk te maken. De pees trek je uit met je duim, die verpakt zit in een dikke handschoen en je wijsvinger houdt de duim vast. Je trekt de pees uit tot ver achter je oor waardoor je niet kan ankeren. In tegenstelling tot bovenstaande bogen, wordt de pijl aan de kant van de trekarm gelegd. Instinctief schieten is hierbij een must.

 De compound en de recurve hebben het voordeel dat je genoeg gelegenheid hebt om op de moderne manier te richten, maar dan moet je wel al die middelen goed in de gaten houden.

Met de barebow, ruiterboog, flatbow en longbow kan je maar op twee manieren schieten. De traditionele manier en de instinctieve manier. Bij de traditionele manier houdt je de boog met je arm gestrekt richting doel en zoekt die op de juiste hoogte. Is dat gebeurd, dan trek je in één beweging de pees naar achteren en ankert met je duim op je jukbeen. Meteen daarna laat je de pees los. Dat direct lossen van je pijl is nodig, omdat de bogen anders veel van hun kracht verliezen als je ze te lang gespannen houdt.

Het instinctieve schieten heeft als basis de concentratie op je doel, waarbij de boog nog niet omhoog staat. Heb je je geconcentreerd op je doel, dan breng je de boog omhoog en trekt tegelijkertijd de pees naar achteren. Als de boog op de juiste hoogte is, los je meteen de pijl. Soms is ankeren dan niet nodig.

 Net als bij het vuurschieten is de handboogsport in eerste instantie een concentratiesport. Dan pas komen de techniek en kracht om de hoek kijken. De 50 meter-baan van SSV Robin Hood heeft het voordeel, dat je het inschatten van verschillende afstanden goed kunt beoefenen. Daarvoor hoef je alleen maar de doelen op willekeurige afstanden op de baan te plaatsen. Vooral onze schutters hebben daar al veel voordeel van gehad nu ze ook mee doen met de 3D-toernooien.

Dit zijn toernooien, die door het hele land gehouden worden. In een bosachtig terrein wordt een parcours uitgezet met zo’n 20 tot 25 kunststof dieren op ware grootte. Je mag maximaal drie pijlen per dier lossen. Maar het mooiste is natuurlijk als je telkens maar aan één pijl genoeg hebt. Dat levert 10 punten op. En het allermooiste is wanneer je ook nog eens de ‘Kill’ raakt. Dat is een afgetekend rondje op de plaats waar het hart van het dier zit. De organisatie maakt zo’n toernooi moeilijker door het schietpunt zo te plaatsen, dat je soms moet knielen of erg wijdbeens moet staan waardoor je minder in balans staat. Ook laaghangende takken en half achter een struik verborgen dieren maken het schieten erg uitdagend.